De Wet Beroep Leraar definieert het beroep van leraar en waarborgt de kwaliteit van het beroep en de beroepsuitoefening door de leraar.

Leraren krijgen door de wet meer zeggenschap over hun beroepspraktijk en meer ruimte voor hun eigen ontwikkeling.
De wet is van toepassing op het basisonderwijs, voortgezet onderwijs, speciaal onderwijs en middelbaar beroepsonderwijs.

Via de wet worden 3 dingen geregeld:

  • Omschrijving van het beroep leraar
  • Professionele ruimte van de leraar
  • Lerarenportfolio

De omschrijving van het beroep leraar

In de wet is vastgelegd wat er wordt verstaan onder het beroep leraar. Leraren zijn, binnen de kaders van het onderwijskundig beleid van de school, verantwoordelijk voor:
• de inhoud van het onderwijs (vakinhoudelijk proces);
• de manier waarop leerlingen die inhoud leren (vakdidactisch proces);
• het leerklimaat binnen de school (pedagogisch proces).

Daarnaast zijn leraren zelfstandig verantwoordelijk voor het beoordelen van de onderwijsprestaties van leerlingen. Ook staat in de wet dat leraren voldoen aan de bekwaamheidseisen die door de beroepsgroep zelf worden opgesteld en onderhouden.

De professionele ruimte van de leraar

Het bevoegd gezag stelt in overleg met de leraren een professioneel statuut op waarin de afspraken zijn opgenomen over de manier waarop de zeggenschap van leraren wordt georganiseerd. 

De wet beoogt een continue dialoog tussen leraren en hun schoolleiding over de positie van de leraar in de school aan te moedigen; wie gaat waarover, wat hebben leraren nodig om als professional te kunnen functioneren, zich te kunnen ontwikkelen en wat kunnen leraren en schoolleiding van elkaar verwachten.

Het gesprek gaat over zeggenschap ten aanzien van vakinhoud, vakdidactiek, pedagogiek, beoordeling van leerlingenprestaties en professionalisering; de professionele ruimte van de leraar. Er worden afspraken gemaakt die worden vastgelegd in een professioneel statuut; een co-creatie van leraren, hun schoolleiding en het bevoegd gezag. Als hier duidelijkheid over is, hebben zowel de leraar als de schoolleiding daar profijt van bij gesprekken over onder andere teamscholing en professionalisering, pedagogisch didactische aanpak, werkverdeling, ontwikkeltijd, inhoud en aanpak van de lessen, lesmethodes, begeleiding van leerlingen, etc.

Deze ‘professionele ruimte’ moet natuurlijk passen binnen het onderwijskundig beleid van de school en kan dus per school verschillen. Het schoolbestuur blijft eindverantwoordelijk voor de kwaliteit van het onderwijs, het functioneren van de school en het personeelsbeleid.

Het professioneel statuut houdt volgens de wet rekening met de professionele standaard van de beroepsgroep. In deze professionele standaard staan normen over het beroep van leraar, bijvoorbeeld over de omgang met leerlingen en ouders. Er is vastgelegd dat de beroepsgroep deze normen zelf formuleert en ze ook actueel houdt. Aangezien er op dit moment geen beroepsgroep-organisatie bestaat die hier uitspraken over kan doen, is er nog geen gemeenschappelijk vastgestelde professionele standaard.

Met de inwerkingtreding van de Wet beroep leraar is het bevoegd gezag van elke school verplicht in overleg met leraren een professioneel statuut op te stellen. De minister voor OCW heeft in de reactie op de Verkenning Leraren aangekondigd de schooljaren 2018-2019 en 2019-2020 nog te beschouwen als een implementatiefase voor het professioneel statuut. Dit betekent concreet dat scholen de tijd krijgen om het gesprek aan te gaan en een professioneel statuut op te stellen.


Professioneel statuut in het MBO
In het middelbaar beroepsonderwijs hebben de sociale partners in 2009 een professioneel statuut voor de hele sector afgesloten. Om de zeggenschap van docenten ook op instellingsniveau invulling te geven, is in dit statuut opgenomen dat iedere mbo-school een regeling voor werkoverleg vaststelt. De afspraken over de regeling voor het werkoverleg maakt het CvB met de ondernemingsraad. In de regeling werkoverleg moet in ieder geval staan dat het onderwijsteam binnen de geldende kaders in het werkoverleg besluiten mag nemen over alles op het gebied van de didactische-pedagogische aanpak en lesmethoden.
Als een van de betrokken partijen van mening is dat de gemaakte afspraken niet voldoen aan de omschrijving van het beroep zoals deze in de wet beschreven is, dan moet de werkgever met de docenten in overleg gaan om te komen tot een uitwerking van het sectorale professionele statuut dat hier wel aan voldoet.

Meer informatie
Verschillende partijen communiceren over het professioneel statuut. Er zijn handreikingen en goede voorbeelden beschikbaar. Ook zijn er afspraken gemaakt over professionalisering van leraren in bijvoorbeeld de cao’s.

Op de volgende plaatsen is meer informatie te vinden:

Professioneel statuut
• Handreiking van de vakbonden (voor leraren) en de VO Raad (voor schoolbesturen/schoolleiders)
• VOION heeft informatie verzameld en een pilot gedraaid met 10 vo-scholen. Hieruit zijn voorbeelden naar voren gekomen.
• Op Leraar24 zijn voorbeelden uit het PO te vinden.
• De vereniging Ons Middelbaar Onderwijs (OMO) heeft een format voor een professioneel statuut opgesteld.
• De vakbonden bieden ondersteuning aan leraren, lerarenteams en scholen bij de totstandkoming van het professioneel statuut.

Afspraken professionalisering

Cao PO  hoofdstuk 9
Cao VO  hoofdstuk 16
Cao MBO  hoofdstuk 4
• Op de website van VOION  staat een overzicht van algemene financieringsmiddelen voor  professionalisering in het VO
 

Meer informatie over de Wet beroep leraar vindt u op Rijksoverheid.nl.